Concept

Concept:

 

Kinderen van 9 a 10 jaar, gaan van de lente tot herfst 20 halve dagen naar de boerderij. Ze werken mee met de dagdagelijkse werkzaamheden op de boerderij en starten met moestuintjes, in kleine groepjes, begeleid door boeren en ouders. Het meewerken is echt: een stal uitmesten, zaaien, wieden, oogsten, water geven, dieren op de wei zetten, voeren,…

 

De boerderij is een boerderij waar productie centraal staat, en kiest voor een natuurlijke productiewijze, en een enthousiasme om de mogelijke ervaringen op een boerderij te delen.

 

De leerkracht begeleidt niet, maar ervaart mee, met de kinderen en oogst zo de leeropbrengst waarop voortgebouwd kan worden. Aan het einde van elke boerderij-dag wordt er samen met de boer gereflecteerd. Op school worden de ervaringen verwerkt: al schrijvend, al tekenend, al rekenend, al lerend voortbouwend op het echte leven.

 

Een school die hiervoor kiest maakt een bewuste keuze voor levensecht leren. Het naar de boerderij gaan is geen ‘uitstapje’ maar wordt mee gezien als basis van het onderwijs. Het jaar nadien gaat de volgende klas naar de boerderij. Een vast stramien, een vaste samenwerking tussen een school en een lokale boerderij. En zo wordt de boerderij de schoolboerderij en de school een boerderijschool. De boeren en de boerderij worden vertrouwd. Er ontstaat een langdurige samenwerking die zowel voor kinderen als boeren zinvol en inspirerend is, en ook voedend is voor heel de gemeenschap rond de school. Elk kind dat op deze school heeft gezeten, heeft dan de kans gehad om zich een volledig seizoen te verbinden met de aarde, de oorsprong van voedsel, het boerenleven, de seizoenen, maar heeft ook gezien wat het vraagt om voedsel te produceren. Daarnaast heeft hij/zij persoonlijk de kans gehad om zichzelf op andere vlakken te leren kennen en ontplooien, en zichtbaar te maken binnen de klasgroep. Er is ruimte geweest voor samenwerking, voor uitblinken op andere domeinen, voor respect voor elkaar, het leven, de boeren. Een ervaring om op voort te bouwen, je verdere leven, en om elk kind minstens één seizoen vanuit een schoolsituatie toe te wensen, als basisonderwijs.

 

Kinderen van 9 a 10 jaar zijn sterk genoeg om de uitdagingen op een boerderij aan te gaan, en hebben nog de kindse openheid in zich om zich te verwonderen en mee te stappen in het werken op de boerderij. Maar ook voor andere leeftijdsgroepen biedt de boerderij een zinvolle leeromgeving. Sommige scholen bouwen een samenwerking op doorheen de jaren.

 

De grote uitdagingen zijn:

 

  • Financiering: voor de boerderij vraagt het doorheen het seizoen een wekelijkse tijdsinvestering. Idealiter zijn er ook steeds 2 mensen van de boerderij beschikbaar om de klas te begeleiden, naast een paar ouders en de leerkracht via de school. Deze tijdsinvestering van de boerderij moet ook correct vergoed worden. In Nederland betaald men 200 euro per halve dag aan de boerderij.
  • De tijd die de klas naar de boerderij gaat zijn de kinderen niet op de klassieke wijze aan het leren. Dat vraagt een extra inspanning van de leerkracht en de school. Niet om de tijd in te halen, wel om voort te bouwen op de ervaringen en die te vertalen naar de juiste leerdoelen, waardoor zichtbaar wordt hoeveel ‘leertijd’ het werken op de boerderij en het achteraf verwerken heeft opgeleverd.
  • Het concept moet gedragen zijn door de school en de gemeenschap rond de school. De ervaring leert dat dat groeit, samen met het enthousiasme van de kinderen. Maar pas als directie, leerkrachten en ouders hun schouders onder het boerderijschoolconcept zetten kan er een duurzaam karakter ontstaan.

 

Boerderijschool vzw - info@boerderijschoolvzw.be - 0489/042695